Tussen de Barcelonezen
Op de Ramblas is het al vroeg druk. Groepjes toeristen schuifelen achter gidsen aan en overal steken selfiesticks boven de menigte uit. Ik sla af via El Raval en wandel richting Sant Antoni. De drukte lijkt meteen wat weg te zakken. In Mercat de Sant Antoni, een overdekte markthal, doen buurtbewoners hun dagelijkse boodschappen. Op zondagochtend schuiven hier kraampjes aan met tweedehands boeken en stripverhalen. Sant Antoni heeft geen grote bezienswaardigheden waarvoor je speciaal komt. Je komt hier juist om tijd door te brengen tussen de Barcelonezen. In de straten rondom de markt liggen koffiebars, wijnzaken, biologische winkels en bakkers. Na een rondje over de markt loop ik richting Carrer del Parlament, een straat waar de afgelopen jaren de ene na de andere koffiezaak en restaurant opende. Bij Morrow Coffee, op loopafstand van Plaça Espanya, drink ik een kop koffie in het zonnetje. Later schuif ik aan bij Bandini’s voor een glas natuurwijn, al blijft het daar niet bij en staat de tafel al snel vol tapas. Zin in iets totaal anders dan tapas? Loop dan binnen bij Masil. Een Koreaans restaurant met een hip interieur en gerechten waar je je vingers bij aflikt.
Oud & nieuw
De volgende ochtend stap ik in de metro richting Poblenou. Waar Sant Antoni draait om eten en markten, voel je hier meteen het industriële verleden van de wijk. Ooit was dit het werkgebied van fabrieksarbeiders. Vandaag vullen de oude industriële panden zich met creatieve bedrijven, galerijen, conceptstores, koffiebars en co-working spaces. Toch voelt Poblenou nergens overdreven hip. Tussen de vernieuwde gebouwen liggen nog altijd rustige straatjes waar locals hun dag beginnen met een café con leche en een pan con tomate.
Mijn eerste stop is T44. Een koffiebar die zo uit Kopenhagen lijkt te zijn overgewaaid. Alles is wit: de muren, de stoelen, de vloer en de bar. Het servies is van glanzend RVS. Door de grote ramen die openstaan naar de straat, kijken voorbijgangers nieuwsgierig naar binnen. Voor brunch loop ik door naar Little Fern. Ik kies voor gepocheerde eitjes met Turkse yoghurt, chili-olie en geroosterd zuurdesembrood. Wie iets mee wil nemen voor onderweg loopt even binnen bij Little Fern Bakery een paar blokken verderop. Denk aan gevulde croissants en luchtige kardemombullar. Nog zo’n plek waar je makkelijk blijft hangen is Casa Taos. Overdag drink je er koffie, later op de middag verschijnen er natuurwijnen op tafel en verandert het café moeiteloos in een wijnbar.
Poblenou laat me twee gezichten van Barcelona zien. Aan de ene kant sta ik oog in oog met moderne gebouwen zoals Torre Glòries aan de Avinguda Diagonal, aan de andere kant dwaal ik langs historische panden op de Rambla del Poblenou. Terwijl ik langs de terrassen struin, hoor ik meer Catalaans dan Engels. Locals drinken een cerveza, laten hun hond uit of maken een praatje met de buur voor de groentewinkel op de hoek. Ik loop nog een paar straten verder en ruik de zee al. Even later sta ik op het strand, dat beduidend rustiger is dan het playa de la Barceloneta in het centrum van de stad.
Dorpsgevoel
Aan het eind van de middag neem ik de metro richting Gràcia. In het verleden was Gràcia een zelfstandig dorp en die dorpse sfeer hangt er nog steeds. Het leven speelt zich hier vooral buiten af. Op Plaça del Sol zitten locals op de rand van het plein met een biertje in de hand. Vrienden praten bij en kinderen rennen tussen de tafeltjes door. Aan de rand van de wijk ligt Park Güell, een van de bekendste highlights van Barcelona. Elke dag trekken hier massa’s bezoekers naartoe voor de kleurrijke mozaïeken van Gaudí. Opvallend genoeg slaan veel van hen de rest van Gràcia over. Zonde, want een paar straten verder begint juist een van de leukste buurten van de stad. Kleine boetieks, boekwinkels en cafés wisselen elkaar af en tussen de woonhuizen staat Casa Vincens, een van Gaudí’s eerste gebouwen. Gràcia is zo’n wijk waar ik uren kan rondstruinen zonder plan. Voor een goed broodje loop ik binnen bij OZ Bakery, waar het zuurdesembrood bijna een cultstatus heeft. Voor een ijsje ga ik naar Anita’s Gelato en een koffie to go haal ik bij Origo Café, die ik vervolgens drink op een bankje op Plaça de la Vila de Gràcia. Voor een kaasplank en een goed glas wijn schuif ik aan bij Viblioteca. Voor het diner reserveer ik een tafel bij Santa Gula, een klein restaurant: seizoensproducten, gerechten om te delen en een verrassende wijnkaart. De coulant met pistache blijkt de perfecte afsluiter van de avond. Met een volle buik en een andere kijk op Barcelona, dwaal ik tussen de lindebomen van de Rambla de La Catalunya terug naar mijn fijne hotelkamer in het stadscentrum.