Spanje

Andalusië

11/02/2015 Wie het echte Andalusië wil leren kennen, moet vooral in de maanden april of mei het vizier zuidwaarts richten.
De lokale bevolking verstaat als geen ander de kunst om de beleving van het katholieke geloof hand in hand te laten gaan met het vieren van uitbundige feesten, en het voorjaar is dé tijd om dit mee te maken. Jos Caubo ging voor Navenant op zoek naar de echte Andalusische passie.

“Foto, foto”, roepen de acht prachtig geklede vrouwen me lachend toe als ik aanstalten maak om ze in hun flamenco traje (klederdracht) te fotograferen terwijl ze van hun glas vino primavera drinken. Het is de tweede avond van de jaarlijkse feria in Dos Hermanas, een slaperig provinciestadje net onder Sevilla. Nou ja slaperig: behalve tijdens deze vier dagen van de feria dan, want dan is nagenoeg de hele bevolking aan het feestvieren. In tegenstelling tot de wereldberoemde feria d’abril van Sevilla, waar jaarlijks tienduizenden toeristen op af komen, kom je op de feria van Dos Hermanas amper een toerist tegen. Logisch eigenlijk, want als je niet weet dat dit zo’n fantastisch feest is, ga je tijdens je bezoek aan Andalusië echt niet gauw naar zo’n onbekend en suf stadje met amper bezienswaardigheden. Wij weten het gelukkig wel en omdat we het niet bij één avond feesten willen laten, blijven we drie dagen overnachten in het sfeervolle hotel Oromana (www.hoteloromana.com) in het buurdorp Alcalá de Guadaira, op nog geen vijf kilometer van het feriaterrein. Stel je dat terrein voor als een combinatie van een kermis, een mega manege en een dorp met eet- en drinkpaviljoens.

Overdag is er hoegenaamd niets te beleven, maar vanaf een uur of vijf ’s middags is het voor de rest van avond en nacht volop fiesta.
Bijna alle vrouwen en meisjes zijn gekleed in de prachtige en kleurrijke flamencojurken, waarbij ze zonder uitzondering een bijpassende grote gekleurde kunstbloem in hun opgestoken haren dragen én grote oorbellen in dezelfde kleur. De mannen dragen veelal een strakke broek met bijpassend kort jasje en de voor dit gebied typerende sombrero de ala ancha (hoed met brede rand). Op het feestterrein is het vergeven van de paarden en muilezels, die net als hun berijders kleurrijk en traditioneel zijn ‘aangekleed’ en prachtig zijn gekamd en geschoren. Van ongeveer vijf tot acht uur paraderen de bezitters vol trots rondjes over het feriaterrein, de vrouwen steevast in een sierlijke amazonezit. Niet zelden zie je dat man en vrouw samen in vol ornaat op een paard zitten en zich laten bewonderen door de omstanders. Schitterend versierde koetsen met daarin hele families worden soms voortgetrokken door wel vier paarden. En bijna iedereen heeft een glas in de hand, want zonder drank is het geen feest in Andalusië! Vanaf acht uur worden de paarden van het terrein gedirigeerd en hebben de tweevoeters verder het rijk alleen.

Muziek
Naarmate de avond vordert, stijgt de stemming. Veel buurten, verenigingen of clubs uit Dos Hermanas hebben op het terrein een eigen paviljoen voor hun leden. Als buitenstaander kom je daar meestal niet binnen, tenzij de persoon die aan de deur staat een oogje dichtknijpt. Maar omdat de meeste paviljoens ook een soort veranda hebben aan de straatkant, hoef je eigenlijk niet naar binnen om de aanwezige bezoekers te zien dansen, muziek maken en zingen. We staan wel een half uur te kijken bij een propvol paviljoen, waar drie jonge mannen op Spaanse gitaar de aanwezigen door het dolle heen krijgen met hun opzwepende flamencomuziek. Olé! Moe, stoffig (vanwege de paarden is het terrein niet verhard) en lichtelijk aangeschoten van de vino primavera zoeken we ons bed op. De Dos Hermanas (twee zussen) mogen ons volgend jaar weer op hun feestje verwachten
De volgende dag rijden we via een adembenemend mooie route door de Sierra de Aracena, ten noordwesten van Sevilla, naar Portugal. We hebben besloten een paar dagen lekker uit te rusten in de landelijke provincie Alentejo, alvorens via de zuidkust weer terug naar Spanje te rijden voor de belangrijkste reden van onze vakantie: La Romería in het dorp El Rocío. La Romería is internationaal bekend als de grootste bedevaart van Europa. Elk jaar trekken tienduizenden pelgrims te voet, te paard of met de traditionele ossenwagen vanuit heel Spanje naar het plaatsje El Rocío. Dit nietige dorpje, hemelsbreed een kilometer of 40 ten oosten van de kustplaats Huelva, is zonder twijfel het bekendste bedevaartsoord van Spanje. Vanwege de zeer afgelegen ligging leidt El Rocío het hele jaar een nogal slaperig bestaan, maar tijdens de Romería bruist het plaatsje een hele week lang. Veel pelgrims brengen hun eigen slaapplaats mee in de vorm van een tent of slapen onder de sterrenhemel; de paar eenvoudige hotels die El Rocío heeft, zijn al maanden tevoren volgeboekt en vragen bovendien heuse Hollywoodbedragen voor een overnachting. 750 euro voor één nacht is geen uitzondering! Wij sliepen in het 60 kilometer verderop gelegen Sanlucar de Major in het piekfijne Hostal Don Julio (www.donjulio.es) en betaalden er slecht 38 euro voor een perfecte tweepersoonskamer met prachtige badkamer.

Hermandades
Maar snel terug naar El Rocío, die merkwaardige combinatie van katholicisme en flamenco aan de rand van het uitgestrekte en waterrijke natuurreservaat La Doñana. Dit belangrijkste en grootste natuurgebied van Spanje staat op de Werelderfgoedlijst en is bekend om zijn enorme vogelrijkdom én de wilde paarden. Bij een bezoek aan El Rocío zijn die paarden dan ook altijd beeldbepalend. Net als bij de feria in Dos Hermanas zijn ze tijdens de Romería ‘op z’n zondags’ geborsteld, geschoren en versierd. De zandwegen in het dorp en de houten balken aan de voorkant van elk huis, bedoeld om de paarden aan vast te maken, geven ons even het gevoel in een westernfilm te zijn beland. Veel pelgrims zijn lid van een zogenaamde Hermandade (broederschap). Deze Hermandades komen uit het hele land en hebben in veel gevallen een eigen huis in El Rocío, waarin de leden tijdens de Romeria samen verblijven. Zij sparen het gehele jaar voor de tocht en het verblijf tijdens de Romería in El Rocío, want het lopen van El Camino (de tocht erheen) en vervolgens een week lang feesten, eten en drinken loopt natuurlijk flink in de papieren.

Schouwspel
De meeste broederschappen ontmoeten elkaar in Sanlúcar de Barrameda. Hier steken ze op de woensdag voor Pinksteren de rivier Guadalquivir over en komen aan de overkant in het beschermde Doñanagebied. Vanwege de Romeria krijgen de pelgrims een ontheffing om dwars door het natuurgebied in twee dagen naar El Rocío te lopen. Als we dat geweten hadden…Maar zelfs dan hadden we het niet mee kunnen maken, want de pelgrims houden de tocht echt voor zichzelf. In El Rocío merk je daar niets van en ben je als bezoeker van harte welkom, maar toch is het opvallend hoe weinig toeristen er zijn. Waarschijnlijk heeft de afgelegen ligging van El Rocío er mee te maken, in combinatie met het gebrek aan hotelaccommodaties in de directe omgeving. Op donderdagmiddag komen de eerste broederschappen in El Rocío aan, maar vrijdag begint het feest pas echt. Vier dagen en nachten staat het hele dorp op z’n kop. Als we langs het huis van de Hermandad uit Jerez de la Frontera lopen en nieuwsgierig naar de zingende en gitaar spelende mensen in het ‘huis van Jerez’ kijken, duurt het niet lang of we worden uitgenodigd om binnen mee te komen vieren. De feestende leden van de Hermandad bieden ons lachend een glas sherry aan en vragen ons om mee te eten. En zo staan we even later gezellig te drinken waarbij de in een schitterende flamencojurk gestoken Isabel zich opwerpt als onze gastvrouw. “Het is wel crisis in Spanje, maar tijdens deze week wordt er echt niet op de euro’s gelet. We hebben er een heel jaar voor gespaard, en nu is het feest”, zegt ze knipogend tegen ons.

Omdat we op zaterdag in El Rocío zijn kunnen we volop genieten van de parade voor de Virgin (de maagd) van El Rocío, en zien we alle broederschappen in een lange en kleurrijke stoet langs de kerk paraderen. Elke Hermandad staat stil voor de kerk en eert op die manier de Virgin onder het geluid van de luid galmende kerkklokken. Op pinksterzondag is het eigenlijke hoogtepunt van de Romerïa, als het beeld van de Virgin uit de kerk naar buiten wordt gedragen, maar voor ons kan het bezoek na het zien van de parade al niet meer stuk. Bijna iedereen is in prachtige traditionele kleding gestoken, en flaneert te voet of te paard met een glas in de hand door het dorp. Overal hoor je de muziek van de gitaren die de traditionele en volop meegezongen liederen begeleiden. Wat een feest, wat een folklore!