Italië

Ligurië en de var

22/07/2014

Frankrijk en Italië behoren niet voor niets tot de meest geliefde vakantielanden van Europa.

Dat heeft ertoe geleid dat sommige delen van deze twee Latijnse landen overlopen worden door toeristen. Jos Caubo maakte voor Navenant een rondreis langs twee minder drukke streken: de provincie Ligurië in Italië en de Var in de Franse regio Provence. Het verbindend element tussen beide gebieden is een mooie tocht over Cap Corse, het noordelijkste deel van Corsica. Per fiets wel te verstaan, maar er is uiteraard niets op tegen om dat met de auto te doen… Signore Massimo Moretti van het gelijknamige Albergo-ristorante Moretti in - je gelooft het niet - het eveneens gelijknamige dorpje Moretti, gebaart druk bij het afrekenen, zoals alleen Italianen dat kunnen. No, no, no, geen sprake van dat we de door ons bij de koffie bestelde extra digestieven (limoncello en grappa) betalen, want de all-in prijs voor het viergangendiner met funghi porcini was én blijft 25 euro per persoon. Tutto incluso, basta! (www.albergoristorantemoretti.it)

Welkom in Ligurië, de provincie van de paddenstoelen. In het bijzonder de funghi porcini, oftewel eekhoorntjesbrood. We verblijven in het prachtige dorpje Sassello en zijn er door een drankje enkele dagen tevoren, in de pal naast Albergo Moretti gelegen bar van Massimo’s zus Suzy, achter gekomen dat het restaurant gedurende drie weekenden speciale paddenstoelenavonden aanbiedt. Leest u even mee? Carpaccio met schijfjes rauwe funghi en een zijdezachte olijfolie, daarna als tussengerecht huisgemaakte tagliatelle ai funghi, vervolgens punta di vitello con funghi en als dessert verse macedonia con gelato. Inclusief twee flessen wijn, water, koffie en digestieven voor de genoemde 25 euro per persoon. Nou ja, en een beetje discussie dan met een licht verontwaardigde signore Moretti over het betalen van die extra drankjes, maar dat hebben we royaal goed gemaakt met de fooi.

Gok
Het behoorlijk bergachtige Ligurië, in het binnenland van kustplaatsen als Genua en Savona, is voor ons een regelrechte ontdekking. Vanuit Nederland is Ligurië in één dag prima aan te rijden via de Duitse en Zwitserse autowegen, maar wij kiezen voor een tweedaagse rit met een overnachting in het gezellige plaatsje Cernobbio aan het schitterende Comomeer. Het via internet op de gok geboekte Albergo della Torre is een lot uit de loterij. Voor 60 euro hebben we er een prima tweepersoonskamer met een fabelachtig uitzicht over het meer en datzelfde uitzicht hebben we ’s avonds in het uitstekende ristorante van de Albergo. Aanrader als overnachtingsadres onderweg. (www.dellatorre.co.it)

Vanaf het Comomeer is het de volgende dag nog maar een uurtje of twee rijden naar Sassello, thuisbasis voor ons verblijf in Ligurië. Enkele dagen na onze aankomst maken we een tochtje naar de kustplaats Genua. Een paar jaren geleden heeft de bekende Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer ons koude landje verruild voor Genua en wie zijn lyrische verhalen over deze relatief onbekende Italiaanse stad leest, begrijpt al snel waarom. Het centro storico van Genua bestaat uit een labyrint van steegjes en smalle straten met hoge huizen, waardoor het zonlicht zelfs hoogzomer amper de bodem bereikt. Winkeltjes en barretjes wisselen elkaar af, op de hoek van de straten staande hoertjes zorgen voor de onvermijdelijke associatie van veel havensteden met een wat rauwe en ongepolijste sfeer. Een sfeer trouwens die nergens onveilig of ‘unheimisch’ voelt, waardoor we urenlang door het oude centrum blijven lopen. En uiteraard eten we als lunch een pastagerecht met de wereldberoemde pesto Genovese.

Het is na zes dagen tijd om Ligurië te verlaten, maar we komen zeker terug. De auto mag nog een paar dagen in Sassello blijven, want wij zakken op de fiets zo’n 30 kilometer af richting Savona om van daaruit met de indrukwekkende veerboot ‘Corsica Victoria’ de zes uur durende overtocht naar Corsica te maken. Een echte belevenis om met onze fietsen de grote ‘buik’ van het schip binnen te rijden, tussen de vele honderden auto’s!

Kogelgaten
Corsica wordt niet zomaar het Île de Beauté genoemd, want het landschap - meestal in combinatie met de alom vertegenwoordigde azuurblauwe zee - is inderdaad van een ongekende schoonheid. We hebben een tocht uitgestippeld die ons vanuit de havenstad Bastia helemaal over Cap Corse voert, de noordelijke punt van Corsica. De route gaat voor 80 procent pal langs het water en biedt het ene na het andere onvergetelijke uitzicht over zee en bergen. Net buiten Bastia is er nog druk verkeer, maar hoe noordelijker we komen hoe stiller het wordt. En hoe verder je op Corsica van de bewoonde wereld komt, hoe vaker je verkeersborden ziet die met kogelgaten zijn doorboord. En dan bedoelen we geen kogelgaatjes van een windbuks, maar formaat ‘olifantengeweer’. Het is zo’n beetje de nationale sport op Corsica en zit in dezelfde sfeer van burgerlijke ongehoorzaamheid als het op dezelfde verkeersborden doorstrepen van Franse opschriften en er Corsicaanse voor in de plaats te schrijven. Veel van dit soort ‘activiteiten’ worden uitgevoerd door het FLNC, het Fronte di Liberazione Naziunale di a Corsica, oftewel de Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging.

De kustweg die helemaal langs Cap Corse loopt, is aan de oostkant al erg mooi, maar de westkant is ronduit spectaculair. Een van onze overnachtingsadressen is in het dorpje Nonza, dat tegen de kliffen lijkt te zijn geplakt. Moe gefietst als we zijn, besluiten we toch nog ‘even’ naar het hoogste punt van het dorp te lopen, een oude kasteelruïne. Zéér verrassend ligt daar min of meer tegenaan een soort loungeclub: ‘La Sassa’. Het is een combinatie van een openluchtrestaurant, bar en disco, en waar je op het terras ook zit: overal heb je een adembenemend uitzicht over de Mediterannée. We bestellen een tweede glas rosé en bekijken dromerig de zonsondergang. Zucht, waarom kunnen we dit klimaat niet in Nederland hebben?

Via de voor fietsers erg zware Col de Teghime steken we Cap Corse vanaf de westkust over naar ons beginpunt Bastia, waar we ook de laatste avond op Corsica doorbrengen alvorens de volgende ochtend weer met de veerboot terug naar Savona te varen. Bastia is de tweede stad op het eiland, na de hoofdstad Ajaccio, en is een bruisende, gezellige plaats met een enorm aantal restaurants.

Var
Na terugkomst bij onze auto rusten we nog een dagje uit in Sassello en verlaten vervolgens Italië via de fraaie kustroute langs de bekende ‘Bloemenriviéra’. Ons doel is het hooggelegen dorpje Fayence in de Var, niet zo ver van de fameuze Gorges du Verdon, een zogeheten village perché. Dat betekent zo veel als een hooggelegen dorp, bovenop een bergtop. Het gebied rond Fayence is werkelijk schitterend en het is verbazingwekkend hoe rustig het hier is op nog geen 30 kilometer landinwaarts van de drukke Méditerannée bij mondaine plaatsen als Cannes en Saint Raphaël. Tijdens een tochtje in de omgeving valt ons op dat nogal wat planten (de meest voorkomende bomen in dorpen en steden in Zuid-Frankrijk) er slecht bij staan. Navraag leert ons dat ze zijn aangetast door de gevreesde parasiet ‘Ceratocystis Platani’, een microzwam die de boom volledig aantast totdat deze na vier tot zes jaar uiteindelijk dood gaat. Op diverse plaatsen zijn overheden gestart om aangetaste oude bomen te vervangen door jonge exemplaren, om zo een vaak karakteristiek dorps- of stadsgezicht in stand te houden.

Een bezoek aan de Gorges du Verdon is een absolute must voor wie in deze regio verblijft. De spectaculaire wanden van deze op één na grootste kloof van Europa zijn tot 700 meter hoog. De kloof zelf is ruim 25 kilometer lang en biedt het ene na het andere overweldigende vergezicht. De kloof eindigt in het Lac de Saint-Croix, een stuwmeer waarvan het water een bijna onwaarschijnlijke kleur azuurblauw heeft.

Ons verblijf in het diepe zuiden van Frankrijk loopt zachtjes ten einde. Weemoedig sturen we de auto richting het grijze noorden, want de weersvoorspellingen uit Nederland beloven niet veel goeds. Partir, c’est mourir un peu!