Recept: Appeltaart

Oet de Aove door Henk Hover

Recept: Appeltaart

 







Oet de Aove door Henk Hover

Mijn vrouw en kinderen houden van appeltaart. Als ik vraag ‘Wat zal ik eens bakken?’ dan komt de appeltaart snel op de proppen. Appeltaart bak je niet met gistdeeg, maar met een bodem van een soort zanddeeg. Dat zanddeeg maak je niet met een kant -en-klare mix uit een pakje maar met zelfrijzend bakmeel. Voor de appels kun je kiezen uit talloze soorten. Ik hou ervan om een friszoete stevige appel te gebruiken, bijvoorbeeld een Elstar, maar dat is een kwestie van smaak.

Ingredienten:
De bodem:
Voor het ‘zanddeeg’ van de bodem, gebruik ik de volgende ingrediënten voor een springvorm van ca. 24 cm. doorsnee.
400 gr. zelfrijzend bakmeel
200 gr. Echte Boter
200 gr. witte basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 snufje zout
1 ei

De vulling:
Voor de vulling gebruik ik
1,5 kg. appels (bijvoorbeeld 9 Elstars)
1 eetlepel kaneelpoeder
sap van een halve citroen
50 gr. suiker
paneermeel

Bereidingswijze:
Voordat we van start gaan, zorgen we ervoor dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Meng dan het zelfrijzend bakmeel, de Echte Boter in stukjes, een helft van het geklopte ei, de witte basterdsuiker, de vanillesuiker en het snufje zout tot een stevig deeg. Het deeg lijkt in eerste instantie te korrelig, maar dat is een kwestie van goed kneden. Blijft het deeg te korrelig voeg dan een klein beetje boter toe, blijft het te droog voeg dan voorzichtig nog wat zelfrijzend bakmeel toe. Maak een bal van het deeg, wikkel het in vershoudfolie en leg het een half uurtje in de koelkast.

Schil de appels, verwijder het klokhuis en snij schijfjes van ongeveer 1 à 1,5 cm. dik. Breng de schijfjes in een pannetje met ruim water, het sap van een halve citroen en een beetje suiker aan de kook. Laat de appeltjes ca. 1 à 2 minuten koken. Giet de appels af in een vergiet en laat ze helemaal afkoelen. Verdeel intussen het deeg in drie delen. Een deel vormt de boden, een deel de zijkant en het derde deel de bovenkant van de taart. Bekleed de springvorm met bakpapier. Goed invetten is ook een optie, maar ik gebruik bakpapier voor de bodem en de zijkant. Het bakpapier blijft mooi plakken als je de vorm eerst goed invet.

Rol een derde van het deeg uit tot een platte ronde lap ter grootte van de bodem van je springvorm. Doe dit op een ruim bebloemd werkblad of op een stuk bakpapier. Bekleed hiermee de bodem van je springvorm. Rol ook de tweede bol deeg uit en maak lange repen ter breedte van de hoogte van je taart ( ca. 6cm.). Bekleed hiermee de binnenkant van je springvorm. Meng de inmiddels afgekoelde appels nu met 50 gr. suiker en de eetlepel kaneel. Strooi op de bodem van je taart een dun laagje paneermeel of beschuitkruimels. Leg de appels hier in een laagje bovenop.

Rol ook de laatste deegbal uit en maak er latjes van die je in een roosterpatroon op het appelmengsel legt. Druk de uiteinden vast op de rand van de appeltaart. Hoe rechter de latjes hoe professioneler je taart oogt. Anderzijds geven onregelmatige latjes je taart een ambachtelijk uiterlijk. Mocht je nog deeg overhebben bekleed daarmee dan nog de bovenrand van de taart. Let op: de afwerking hoeft niet supernetjes te zijn want het deeg ‘smelt’ als het ware in de oven.
Gebruik de overgebleven helft van het geklopte ei om de taart netjes af te strijken. Strooi hier nog wat suiker overheen. Bak je taart een uurtje in een oven van 170 graden. De taart is gaar wanneer hij goudbruin van kleur is. Check de taart tijdens het bakproces regelmatig. Niet iedere oven is gelijk en het zou zonde zijn wanneer je taart na al dit werk aan zou branden.

Haal je taart uit de oven en laat hem in de vorm afkoelen. Verwijder daarna voorzichtig de rand van de springvorm en het bakpapier. Serveren met een beetje zelfgeklopte slagroom. Ook heel even opgewarmd met een bolletje ijs is deze taart een ware traktatie.


Lees verder in Navenant editie 3, vanaf pagina 124