Cultuur: Marcia Luyten

Marcia Luyten houdt altijd een open blik

Cultuur: Marcia Luyten

 










Marcia Luyten is thuis in Amsterdam, Afrika en natuurlijk geboortestreek Limburg. Met scherpe pen, gedegen onderzoek en oog voor detail beschrijft Marcia net zo makkelijk de opkomst en neergang van de mijnstreek als het leven van Koningin Máxima. “Ik zoek het grote in het kleine.”
Tekst: Karien Goessens | Foto: Keke Keukelaar


Als schrijver, publicist en presentatrice van Buitenhof is Marcia Luyten wat je noemt een multitalent met een niet aflatende interesse voor cultuur, geschiedenis en politiek. Geboren en getogen aan de rand van de Mijnstreek trok ze weg om de wereld te ontdekken. Na omzwervingen door Afrika, woont ze nu al jaren ten noorden van Amsterdam op een woonark met haar man Jeroen de Lange (oud-diplomaat en oud-Kamerlid, oprichter 100WEEKS.nl) en drie kinderen. Ze vertelt openhartig over haar jeugd in Limburg en veranderde visie op haar geboortestreek na het schrijven van ‘Het Geluk van Limburg’. En natuurlijk de reden waarom ze vertrok als presentatrice bij ‘Buitenhof’: haar nieuwe biografie over Máxima.

Je bent opgegroeid in een klein dorpje, aan de rand van de Mijnstreek.
“Klopt, ik ben geboren en getogen in Wijnandsrade, een prachtig dorpje, klein maar hecht. Mijn ouders wonen er nog steeds met veel plezier. Toch wilde ik er weg. Met name de middelbare school vond ik erg. Het klassikale, het saaie, het wachten op ‘het echte leven’. Ik ging naar school in Hoensbroek, in een tijd dat overal junkies hingen en er verslagenheid heerste. Ik wilde zo snel mogelijk weg na de middelbare school, weg uit die sfeer van moedeloosheid en het idee dat het nooit beter zou worden. Ik was een nieuwsgierig en leergierig kind en wilde mijn vleugels uitslaan. Mijn droom was om te studeren in Amsterdam, maar ik ging uiteindelijk toch eerst naar Maastricht.”

Waarom niet Amsterdam?
“Toen ik ging rondkijken bij de universiteiten, bleek dat Maastricht als enige zich toelegde op probleemgestuurd – en veelal Engelstalig – onderwijs. Daar konden studenten discussiëren, zichzelf ontplooien en was er minder afstand tussen student en docent. Dat paste goed bij me. Eerst studeerde ik Economie, waar ik niet zoveel mee had, daarna Cultuur- en Wetenschapsstudies en dat vond ik echt fantastisch. Politiek, cultuur, journalistiek, geschiedenis; alles kwam bij elkaar in die studie en ik zat helemaal op mijn plek.”

Met haar niet te stillen honger naar kennis kwam Marcia terecht op het pad van de diplomatie, maar merkte dat ze te uitgesproken was voor een carrière als diplomaat. Toch was Buitenlandse Zaken belangrijk voor haar; ze ontmoette er haar man Jeroen. Zelf ruilde ze de diplomatie in voor de journalistiek en ging naar de Volkskrant. Door het werk van Jeroen (hij bleef diplomaat) vertrokken ze naar Afrika, waar Marcia jarenlang als freelance-journalist werkte in onder andere Rwanda, Congo en Oeganda. In de tijd dat Wilders opkwam, zag ze op afstand met lede ogen aan hoe ‘haar’ provincie ineens PVV stemde.

En toen kwamen jullie toch weer terug naar Nederland.
“Ja en hier bleek dat ik Limburg niet kon loslaten. In Afrika had ik boeken geschreven en onder andere veel onderzoek gedaan naar de effecten van mijnbouw. Ik besefte dat ik helemaal niets wist van onze eigen geschiedenis, maar wel hard oordeelde over de zwaai naar rechts. Daarom besloot ik de geschiedenis in te duiken en een boek te schrijven over de opkomst en ondergang van de mijnstreek. Tijdens mijn onderzoek maakte mijn aversie tegen de gelatenheid langzaam plaats voor compassie. Ik had nooit beseft hoe veelomvattend de hele mijncultuur en maatschappij eromheen was. Er was nooit iets over verteld. Mijn, kerk en staat sloegen de handen ineen en zorgden voor een op zich staande maatschappij, waarbij alles werd geregeld voor de mijnwerker, maar deze zich wel kapot werkte. Toen alles instortte, viel niet alleen werk en geld weg, maar een hele samenleving, de identiteit en de trots van de mensen. Heerlen was één van de rijkste steden van ons land, het werd één van de armste. Wat de mijnstreek heeft moeten doorstaan is echt ongelofelijk. Al die toewijding en dan gewoon ‘zand erover en klaar’. Niets erkenning voor wat er was opgebouwd, alles werd neergehaald. Ik vind dat nog steeds een vergissing van historische proporties.”

Je bent niet de enige die de geschiedenis van de mijnstreek herontdekte. Veel mensen herkennen hun eigen geschiedenis in het boek en het werd een enorm succes. Je ontving zelfs de Brusse-prijs 2016.
“Dat had ik echt niet verwacht. Niemand leek geïnteresseerd, maar toen het boek er eenmaal was bleek het heel herkenbaar te zijn voor veel Limburgers. Naast compassie, waardeer ik ook meer de kracht van Limburg. Zoals dat de provincie zichzelf opnieuw blijft uitvinden en nu de omslag probeert te maken naar kenniseconomie en innovatie. Het wormvormig aanhangsel wordt een internationaal georiënteerde regio en de sfeer lijkt te veranderen. Dat zie ik als een heel positieve kentering, de energie komt terug.”

Op het moment ben je alweer bezig met een nieuw boek.
“Dat klopt, een biografie over Máxima. Om die reden moet ik ook stoppen als presentator van Buitenhof. Dat vind ik heel jammer, want het is ontzettend leuk om te doen, maar het kost gewoon te veel energie en tijd om te combineren. Bij Buitenhof springen we in op de actualiteiten en bedenken vaak pas een paar dagen van tevoren welk onderwerp en welke personen aan bod komen. Dat betekent dat je constant je voelsprieten uit moet hebben staan en bezig bent met nieuwsvergaring. Als er iets gebeurt, moet ineens alles omgegooid worden. Op het moment moet ik alle aandacht vestigen op het schrijven van dit boek.”

Weer een heel ander onderwerp, na Afrika en de Mijnstreek staat nu een persoon centraal.
“'Het geluk van Limburg' vertelt natuurlijk ook het levensverhaal van Jack Vinders. Maar het proces is heel anders dan bij ‘Het geluk’. Toen schreef ik over een onderwerp - de mijnen - waarvan ik niet zeker wist of mensen het wilden lezen, maar waarover iedereen best wilde praten. Over Máxima wil iedereen lezen, maar zijn mensen huiverig om te veel los te laten.”

Ligt dat aan haar positie?
“Absoluut, ze is onze koningin en bekleedt een moeilijke positie in een eeuwenoud instituut. Het fascineert me dat ze dat op zo’n natuurlijke manier doet. Het boek gaat niet enkel over haar als persoon, maar ook over de geschiedenis en cultuur van Argentinië, de omgeving die haar gevormd heeft. Daarom ben ik ook naar Argentinië gegaan om daar met mensen uit haar omgeving te praten. Het is een precair proces waar ik nog niet al teveel over kan vertellen, gelukkig heb ik groen licht van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) om met mensen te praten, anders werd het ondoenlijk.”

Na alle omzwervingen blijf je nu in het noorden?
“Tegenwoordig ben ik met mijn gezin echt thuis in Broek in Waterland. Ook een prachtig dorpje, maar dan in de polder. Ik ben in een half uur in Amsterdam, maar geniet wel van de ruimte. Voor mij het beste van twee werelden. Natuurlijk zal ik me altijd Limburgse voelen, en blijft het Limburgs de taal van mijn hart. Het is nog steeds heerlijk om naar het zuiden te gaan en weer voor het eerst de zangerige klanken van het Limburgs te horen.”