Excuses!

Excuses!

Ik heb wat goed te maken. Ook bij een pastoor gaat er wel eens iets mis. Beschuldig je iemand ten onrechte en hebt er daarna vreselijk spijt van.

Ik ben nogal eens wat kwijt. Eens een hele portefeuille met kentekenbewijs, paspoort en nog zo van alles. Vier maanden gewacht en nog niet spontaan gevonden. Dan moet de heilige Antonius eraan te pas komen. Een grote kaars aangestoken en negen dagen iedere dag gebeden: ‘Heilige Antonius, goede vrind, zorg dat ik mijn paspoort vind’. En geloof het of niet: op de negende dag valt bij het instappen in de auto mijn pen tussen de zitting en de versnellingsbak. En voilà: daar lagen de papieren. Natuurlijk een dankgebed!

En weer is het raak. Een collega komt aan met een stuk steen waarin iets onduidelijks is gebeeldhouwd. ‘Zou dit iets kunnen zijn uit de Munsterkerk? Het schijnt door de vader van een vriend lang geleden opgegraven te zijn vlakbij de kerk.’ Munsterkerkkenners genoeg in Roermond, dus ik beloof op onderzoek uit te gaan. Na een half jaartje informeert mijn collega eens naar de steen. O ja, die steen. Helemaal vergeten. Maar waar is dat ding eigenlijk? Geen idee. Die komt wel een keer boven water. Misschien uitgeleend aan een kunstkenner. Een half jaar later belt de collega weer. Zeg, die steen… O ja, die steen. Helemaal kwijt. Maar hij zal wel boven water komen.

Inmiddels verlopen er twee jaar. Geen spoor van de steen. Enkele kunstkenners die ik regelmatig tref, gevraagd: ‘Hebben jullie soms…’ Nee. De archivaris van de kerk weet ook van niks. Geen steen gezien. Mijn collega wordt ongeduldig. ‘Het is een erfstuk van die mensen, ik kan toch niet zeggen dat de steen gewoon kwijt is?’ Nee, dat kan inderdaad niet. Nu is de beurt aan Antonius. ‘Heilige Antonius, goede vrind, zorg dat ik mijn steen vind.’ Negen dagen lang. Kost me negen euro aan kaarsen, want onbetaalde kaarsen zullen wel niet werken. Na negen dagen: nog niets.

Mijn collega raakt duidelijk geïrriteerd en mijn wanhoop groeit. Ik weet echt geen raad. Mijn collega wel. ‘Stuur nu eens iedereen in je adresboek een e-mail. Dat laat je tenminste zien dat je wat doet’. Zo gezegd zo gedaan. ‘Opsporing verzocht…’ Dat bericht ontvangen 42 bevriende kunstkenners, ‘Help! want Antonius laat me in de steek.’ Dat ging onze heilige toch echt te ver. Binnen tien minuten: telefoon. Nee, niet uit de hemel, maar van mijn archivaris. Die steen… die heb ik gearchiveerd. Leek mij een cadeautje aan de kerk. Keurig opgeborgen in een van de vele archiefkasten. ‘Maar ik had je toch al twee keer…’ ‘Ja maar ik dacht dat het over een heel andere steen ging…’
Antonius, sorry dat ik even dacht dat… Heb ik het met het schrijven van deze column weer goedgemaakt?


Mgr. Rob Merkx
Plebaandeken Roermond