Betrokken ouders

Betrokken ouders

In Nederland is onderwijs voor ieder kind vanzelfsprekend. Dit is zeker niet zo in alle landen, maar in Nederland gelukkig wel. Iedere Nederlandse ouder weet dat zijn of haar kind vanaf vierjarige leeftijd naar de basisschool gaat en tot achttienjarige leeftijd onderwijs krijgt.

Deze vanzelfsprekende garantie op onderwijs is een groot goed. Maar is het onderwijs op de school bij u in de buurt ook wel het goede onderwijs voor úw kind?

Veel ouders kiezen ervoor, meestal uit praktische overwegingen, om hun kind naar de dichtstbijzijnde basisschool te sturen. Maar de dichtstbijzijnde school is niet per definitie de best passende school voor uw kind. Natuurlijk moeten alle scholen in Nederland er voor zorgen dat het taal- en rekenniveau van leerlingen aan het eind van groep 8 op orde is. Maar wist u dat het Nederlandse onderwijs veel ruimte biedt voor allerlei verschillende onderwijsvormen zoals bijvoorbeeld vrije scholen, iPad-scholen, tweetalige scholen en scholen met een continurooster?

Er is dus een grote diversiteit aan scholen, die allen een grote vrijheid hebben om hun onderwijsprogramma zelf in te vullen. Dit is een prachtig gegeven, want niet ieder kind past tenslotte in dezelfde mal. Er zijn kinderen die beter presteren als het duidelijk is wat er van ze wordt verwacht, maar er zijn ook kinderen die gebaat zijn bij veel vrijheid en juist dán interesses ontwikkelen.

Om leerlingen gelijke kansen te bieden, is het dus van belang dat ongelijk onderwijs aangeboden wordt. Onderwijs dat bij hem of haar past. Het kiezen van de juiste school voor uw kind is dus een belangrijke rol voor ouders.

Maar dat is niet het enige waar ouders het verschil kunnen maken. Uit recent onderzoek blijkt dat ouders een grote invloed hebben op de kansen en het studiesucces van hun kinderen. Een leerling met hoogopgeleide ouders heeft meer kans om verder te komen in het onderwijs, dan een even slimme leerling met laagopgeleide ouders. Het verschil wordt verklaard doordat de hoger opgeleide ouders zich bewuster zijn van het belang van onderwijs en hun kinderen ook actiever begeleiden en stimuleren om dit te doen.

Ik vind het belangrijk dat álle kinderen in Nederland goed onderwijs krijgen. Ongeacht of je ouders nu hoger of lager opgeleid zijn. Natuurlijk is het positief dat ouders hun kinderen stimuleren als dat nodig is, bijvoorbeeld door voor te lezen, ze aan te sporen om hun huiswerk te maken en met hun kind te praten over keuzes in de schoolloopbaan. Maar daar waar ouders dit niet doen, zijn de leerlingen dus geheel afhankelijk van de school.

Het betrekken van ouders bij het onderwijs van kinderen is dus belangrijk. Om de kansen van álle kinderen zo groot mogelijk te maken, zouden ouders en scholen veel meer moeten samenwerken om kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen. Samenwerking tussen de ouders en de school, waarbij de school ouders helpt in hoe zij hun kind ook na schooltijd in hun onderwijsloopbaan kunnen ondersteunen, zou wat mij betreft daarom toegejuicht en aangemoedigd moeten worden.

Karin Straus
Lid Tweede Kamer