Ziel van de Nederlandse wijnbouw

Achttien meter onder het Vijlense landschap

Ziel van de Nederlandse wijnbouw

Oenoloog Stan Beurskens bezocht wijngaarden in de meest exotische uithoeken en deed kennis op aan gerenommeerde wijninstituten.

Toch overschaduwde het wereldburgerschap zijn Limburgse bescheidenheid nooit. “De perfecte wijn heb ik nog niet gemaakt, daar ben ik niet eens bij in de buurt gekomen. Elke dag doe ik weer nieuwe kennis op, ik ben 39 en nog lang niet uitgeleerd.”

Op zeventienjarige leeftijd nam Stan Beurskens Wijndomein St. Martinus van zijn vader over. De interesse voor het druivennat was eerder gewekt, om precies te zijn op zevenjarige leeftijd toen pa Beurskens de kleine
Stan een slokje liet nemen. “Mijn vader kocht dit perceel in 1988 met de ambitie goede wijn te maken met nieuwe rassen die minder bestrijdingsmiddelen vereisten.” De wijngaard is onder het bewind van Stan van 1,3 hectare naar 16,5 hectare gegroeid en brengt jaarlijks 65.000 flessen wijn voort. Een deel van het oude perceel dient nog altijd als bron voor experimenten.

Ervaring
Stan studeerde oenologie aan de universiteit van Stellenbosch (Zuid-Afrika) en Geisenheim (Duitsland) en deed ervaring op in wijngaarden in Australië, Brazilië, Chili, Tasmanië, Nieuw Zeeland en Australië. De Vijlenaar is inmiddels gesetteld op de plek waar het ooit allemaal begon: Wijngaard St. Martinus. Toch verruilt Stan met regelmaat
de rol van wijnbouwer voor die van wijnbouwadviseur en pakt zijn koffers voor een trip naar een van de vele (inter)nationale wijngaarden die uit zijn kennis putten. 


Hoe dat heeft geleid tot het wijnkenniscentrum, leest u in onze oktoberuitgave.