Innovatie in de Limburgse topsport

Samenwerken is goud waard

Innovatie in de Limburgse topsport

Hoewel de gouden plakken in Rio nog verdeeld moeten worden, kijkt Limburg al vooruit naar het eremetaal van 2020 en 2024.

Innovatie en samenwerking tussen topsporters en het bedrijfsleven moeten leiden tot een florerende economie, Olympische medailles én werkgelegenheid. Geert Ruigrok (Topsport Limburg), Hans Bluijssen (DSM) en Jean-Paul Urlings (Sport & Innovation) gaan op verzoek van Navenant in gesprek.

Voor de Olympische Spelen van Londen stond sportinnovatie vooral in het teken van de wens van de atleten, weet Geert Ruigrok, directeur Topsport Limburg. Men dacht vanuit de sporter die sneller wilde zijn, beter wilde presteren en op een medaille mikte. Een project met kanoster Eef Haase opende zijn ogen. “DSM maakte voor Eef de snelste boot ter wereld. Dat doet zo’n bedrijf niet louter om de sporter een plezier te doen, maar omdat ze daar business uit willen genereren. Dat was voor ons een eyeopener. Innovatie kan dus twee kanten op: de sporter die vraagt, of het bedrijfsleven dat een ‘speeltuin’ zoekt.”

Maatschappelijk
De problematiek van Limburg is bekend: er is sprake van een vergrijzing en een langzaam teruglopend inwoneraantal. Steeds meer jonge mensen verhuizen naar boven de rivieren om te studeren en komen niet meer terug. “Daarom moet je er met elkaar voor zorgen dat je een sterke regio ontwikkelt waar mensen het prettig vinden om te wonen”, zegt Hans Bluijssen van DSM. Sport kan de verbindende factor zijn tussen bedrijfsleven, overheid, zorg, economie en onderwijs. “Ook minister Schippers kijkt vanuit VWS actief hoe ze economie aan sport kan koppelen. Hoe kun je ervoor zorgen dat we innovaties ontwikkelen die nu van toepassing zijn in de topsport, maar die over een aantal jaar gebruikt kunnen worden in het maatschappelijk veld?”