Hoe zorgt Limburg al 150 jaar voor brood op de plank?

Hoe zorgt Limburg al 150 jaar voor brood op de plank?

Met hard werken en een no nonsense-instelling zorgt Limburg al 150 jaar voor brood op de plank.

Hoe doet ze dat al 150 jaar en hoe hoopt ze dat de komende 150 jaar te doen? Ad Knotter, van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, voorziet ons van antwoorden die tevens nieuwe vragen oproepen. Want kun je eigenlijk wel spreken van één Limburg? En heeft deze zuidelijkste Nederlandse provincie haar voordelen als geografische hotspot binnen de Euregio eigenlijk ooit benut? Duik met ons mee de geschiedenisboeken in!

Tekst: Cindy Brouns
Fotografie: Sociaal Historisch Centrum voor Limburg

Voor de mensen aan de andere kant van onze provinciegrens is Limburg vooral een gebied waar de zachte G overheerst, terwijl in de praktijk veel varianten van het Limburgse dialect gesproken worden. Waar het Kirchröadsj plat soms onverstaanbaar is voor de Noord-Limburger, herkennen de Roermondenaren zich weer absoluut niet in de Mestreechter taol. De oppervlakte van Limburg bedraagt slechts 2.209,22 km², maar als je inzoomt op dit prachtig stukje land zijn het vooral de variatie en diversiteit die opvallen. Dat is niet anders wanneer je kijkt naar hoe Limburg al 150 jaar lang voor brood op de plank zorgt. Niet alleen hetgeen wat op die plank geserveerd wordt, is bijna nergens hetzelfde (roggebrood, sterrenbrood, vlaai of misschien wel een nonnenvot), ook de manier waarop het geld bij elkaar is verdiend, verschilt in de hele provincie.

Om meer over de Limburgse broodwinning te weten te komen, mogen we kennis vergaren uit de onuitputbare informatiebron die Ad Knotter heet. Hij neemt ons 150 jaar mee terug in de tijd, naar 11 mei 1867 om precies te zijn. De ondertekening van het Verdrag van Londen zorgde er op die bewuste dag voor dat Limburg onderdeel werd van het Koninkrijk der Nederlanden. Hoe de Limburgse kostwinning zich in de 150 daaropvolgende jaren ontwikkelde, is uitgebreid te lezen in Navenant nummer 1.