Volvo Polestar

2 maart 2016

Price:
Engine: 3.0 liter, 6 cilinder twin-scroll turbo


Doorgaans is zakenman Henk Vossen een alledaagse verkeersdeelnemer. Rustig, alert, zich voegend naar de overige verkeersdeelnemers geheel conform de regels van het spel. Af en toe, tijdens wedstrijden of tests, gooit het rallyfenomeen (dat is hij ook) de remmen los en worden grenzen opgezocht.
Volvo Rutten in Roermond had voor beide types Vossen een uitdaging klaar staan: Volvo V60 T6 Polestar en de Volvo V60 Plug-in Hybrid Polestar Perfomance. Het was een mooie, de mooiste, lentedag.

De uiterlijke verschillen zijn gering. Twee kleine ‘rechthoeken’ verklappen dat er geen sprake van een eeneiige tweeling zijn kan. Eén van de twee Volvo V60-automobielen heeft een klep voor de elektrische voeding en staat een fractie lager op de wielen; zijn evenbeeld draagt het blauwe Polestar-logo op de grille. De een, ’n V60 Plug-in Hybrid heeft het Polestar Performance pakket van de tuner; de ander is een echte V60 Polestar. “De Plug-in Hybrid is het Volvo-verkoopsucces in Nederland en van de ander zijn er slechts enkele tientallen aan ons land geleverd”, zegt vestigingsmanager Joep van Goethem van Volvo Rutten Roermond. Het is die ‘ander’ die zich in onze speciale aandacht mag verheugen.

Tegenstelling
Het verkoopsucces (7% bijtelling, dat wil wel in Nederland) versus de krent in de Volvo-pap. Koele berekening contra gloeiende emotie, ofschoon deze subjectieve belevingen bij Volvo behoorlijk dicht bij elkaar kunnen liggen, zal de vergelijking uiteindelijk uitwijzen. Aan Henk Vossen is het die dag niet alleen de minieme uiterlijke verschillen bloot te leggen, maar bovenal het rijgedrag van de Zweedse broers te ervaren. Met een eerdere test van de standaard plug-in nog vers in het geheugen gaat de aandacht dus vooral uit naar de V60 Polestar.

“Op het oog een doodnormale, hedendaagse Volvo”, constateert de Navenant-testrijder. “Een merk dat de laatste jaren steeds weer kleine, uiterlijke aanpassingen in de traditionele belijning aanbracht, waardoor de modellen behoorlijk aan uitdaging hebben gewonnen. Waar in het verleden degelijkheid en veiligheid gevisualiseerd moesten worden, zijn daaraan de laatste jaren sportiviteit en uitdaging toegevoegd. Dit model is een alleszins fraaie optelsom van die karaktertrekken.” Stap voor stap het imago veranderen met respect voor de traditionele waardes. Het blijft stijlvol en verfijnd maar het oplettend oog van de bestuurder ziet meteen de zwarte accenten, de wielkasten met hun opvallende 20 inch-inhoud, een bescheiden achterspoiler en de splitters aan de voorbumper.

Onweerstaanbaar
De Polestar-badgets signaleren dat de onderhuidse veranderingen wel eens wat minder ingetogen zouden kunnen zijn. Wat heet, waar Volvo uiterlijk kiest voor geleidelijkheid, verrast het met zijn prestaties. Zelfs deze chauffeur was mogelijk nog op het verkeerde been gezet toen hij met zijn rechtervoet krachtig steun zocht op het race-gaspedaal. Met een grom waarop menig ‘super sportscar’ jaloers zou zijn, maakt de Polestar zich uit de voeten.

Bij Volvo Rutten was er al een ‘wolf in schaapskleren’ in het vooruitzicht gesteld. Jammer dat die ‘kleren’ in dit geval niet ‘Rebel Blue’ gekleurd zijn, maar ‘Ice White’ de aandacht moet trekken van de passanten. De teleurstelling wordt verdreven en voorbijgangers verschieten van kleur als die wolf met een onderhuidse 3 liter zescilinders in lijn twin scroll turbo door de dorpen en het landschap struint. Net over de grens als 350 paardenkrachten de asfaltlaag (tolvrij nog wel) van de Autobahn teisteren gaan bij het juiste toerental alle kleppen open om een onweerstaanbaar geluid te produceren. Het geluid klinkt zo rebels dat het gemis aan ‘Rebel Blue’ ruimschoots wordt gecompenseerd. Zelfs bij die snelheden en geluid is veiligheid medepassagier en klinkt Volvo als muziek in de oren.

Anticiperen
Met een top (gechipt) op 250 km/uur, een snelheid die maar net kan gelet op de drukte, kunnen we al snel bevestigen wat de catalogus en Joep van Goethem voorspelden. Een top die verrassend snel op de klok (de eerste 100 km/u gaan binnen 5 seconden) en de binnenkant van de voorruit is geprojecteerd. Spannender is de oprit van de snelweg als de vice versa rit terug gaat. Een langgerekte 180 gradenbocht die fullspeed genomen wordt en behoorlijk wat zijwaartse krachten laat vrijkomen op de estate. “Als de betonbunkers die ginds in het veld liggen,” is de vergelijking die de bestuurder maakt als de wegligging ter sprake komt. Om deze auto op z’n kant te krijgen moet je aardig je best doen.”
Nu was er bij de bijrijder al het gevoel ontstaan dat de chauffeur wat dat betreft hard op weg was naar een gecontroleerde rol. Zelfs de gedachte dat er in elf testjaren nog nooit iets fout is gegaan, spendeerde weinig hoop. Volvo bleef stevig op de been en anticipeerde perfect op de uitdaging waar de ervaren hand hem in stuurde. Geen zijwaartse rol, maar met voorwaartse drang op weg om zich iets verderop aan een heuse remproef te onderwerpen. “De Brembo-remmen bijten enorm”, is een volledig overbodige opmerking over het remvermogen van de auto. Zeker als je tranen je zowat tegen de binnenkant van je brillenglazen gedrukt worden.

Pijnbank
“Zo, nu gaan we een stukje rijden.” Op deze wijze kondigt Henk Vossen het moment aan dat het experimenteren met de brute krachten voorbij is en de handeling van het testobject op de pijnbank wordt gelegd en de bijrijder meestal ernaast. Kronkelweggetjes, op en af; kortom het terrein waar een rallyrijder zich doorgaans op zijn gemak voelt en een auto plus bijrijder dicht tegen hun grenzen aan kan brengen.

“Knap stukje werk van Volvo en Polestar”, oordeelt Henk Vossen aan het eind van de rit over het totaalpakket ter waarde € 102.085,-. De auto staat weer naast zijn broertje, dat nu aan de beurt is, nadat het finale oordeel over de V60 T6 Polestar is geveld.
“Het chassis, de stugge vering en het direct sturen, geven je een perfect gevoel hoeveel grip je hebt en wat de wagen doet. Als je alle elektronische hulp uitschakelt, krijg je bij deze vierwiel aangedreven auto het idee dat de meeste kracht toch vanuit de achterwielen komt. Dat neemt niet weg dat de vierwielaandrijving zijn werk uitstekend doet. Je merkt het als je deze 20 inch sloffen tot het uiterste drijft, blijft onderstuur achterwege. Een minpuntje bespeur ik in de 6-traps automaat. Dit had soepeler gekund, zeker met de hedendaagse technologieën van 8- of zelfs 9-traps automaten en koppelomvormer.”

Getunede Plug-in Hybrid
Over dezelfde subwegen wordt vervolgens de V60 plug-in Hybrid met Polestar Performance pakket gestuurd. Het is de publiekstrekker bij uitstek met zijn belastingvoordelen. Deze Hybrid is van nature al geen treuzelaar maar de Zweedse tuner heeft uit de vijfcilinder 2,4 liter D5 motor (diesel dus) nog 15 pk’s en vergroting van het koppel met 30 Nm extra weten te halen. Het totale pakket kost zo’n € 1200,-. De eerste getunede plug-in Hybrid beschikt dus over 300 pk. En dat wil wel. Kracht en geluid komen niet overeen met wat we eerder die dag hebben ervaren, maar voor het prijsverschil en de reeds genoemde fiscale voordelen, snappen wij best dat de productie van deze bolide stukken groter is. Het plezier is er niet minder om en de chauffeur vindt dat beide geteste Volvo-spruiten een goede boodschap hebben voor hun afnemers. “De rallycoureur en snelheidsliefhebber in mij verlangen naar de wolf in schaapskleren en de zakenman zou voor de gewone hybride met het extra pakket gaan. Het rijtechnische verschil is voelbaar, merkbaar in de zin dat de wagen in de bochten iets meer helt. Daar staat tegenover dat de verkeersobstakels als drempels beter geabsorbeerd worden. Kortom een prima Volvo met een sportief uiterlijk die € 70.000,- kost.